Natuur tussen Maas en Rijn beleven!



Startpagina.
Algemene informatie over de Eifel.
Excursies en lezingen.
Deelgebieden:
-
Eifel
-Limburg
Natuurreservaten en wandelgebieden.
Geschiedenis van de Eifel.
Archeologische plekken.
Historische plaatsen.
Water in de Eifel.
Geologie van de Eifel.
Oude ambachten.
Mijnbouw & oude
industrie.
Paddenstoelen.
Wildparken & Musea.
Feesten.
Heiligen.
Wandelroutes.
Kinderwagenwandelingen.
Links.
Over ons.
Contact/Colofon.
Fotopagina´s.
Alfabetisch register
Naar de Duitstalige sites/ Zu den deutschen Seiten.













Vallei van de Zijpbeek.

     

Ligging: Belgisch-Limburg, Kempisch-Plateau, gemeente Lanaken, nabij Rekem.
Onder bescherming sinds: 1970.
Oppervlakte: 161 hectare.
Hoogteligging: 50-90 meter boven A.P.

Algemeen.

De Vallei van de Ziepbeek of Zijpbeek is ongeveer 250 ha groot en ligt op de oostelijke rand van het Kempisch plateau. In deze plateaurand liggen diverse droogdalen en enkele beekdalen, waaronder dat van de Zijpbeek of Ziepbeek. Deze heidebeek ontspringt nabij de Gaarvijver en stroomt over een afstand van vijf kilometer door bossen en heide. Daarna stroomt de beek door de bebouwde kom van Rekem, waar ze vroeger als stadsgracht diende, en daarna door het Maasdal langs Boorsem. Bij Geneut mondt de Zijpbeek uit in de Maas.
Het gebied maakt deel uit van Nationaal Park Hoge Kempen.

Geologie.

In het gebied dagzomen tertiaire zanden (Formatie van Breda en Formatie van Heksenberg). De oppervlakte van de Vallei van de Ziepbeek bestaat verder uit pleistocene dekzandafzettingen, rivierafzettingen van de Maas en holocene beekafzettingen.

Beken en vijvers.

De vallei van de Ziepbeek is een vrij natuurlijk dal met een oorspronkelijke begroeiing. Het water van de beek is voedselarm en zeer zuiver.
De vijvers van de Vallei van de Ziepbeek lijken door de dijkjes en overlopen op visvijvers zoals in de Limbugse Kempen op diverse plaatsen zijn aangelegd. Dat waren vijvers waarin karpers gekweekt werden. Aanvankelijk een volledige teelt uitgaande van volwassen mannelijke en vrouwelijke vissen; in de twintigste eeuw echter veelal uitsluitend het telen van van elders aangevoerde vissen, die beperkt bijgevoerd werden. Tussen 1910 en 1950 is er, voor zover bekend, in de Sluisvijver, de Juffrouwenvijver en de Aspermansvijver geen vis geteeld. Het is mogelijk dat deze vijvers gebruikt werden voor de oude manier van visteelt waarbij de vijvers een aantal jaren in gebruik waren voor visteelt en vervolgens leeg gelaten werden om er gedurende een seizoen of een jaar spurrie of haver te telen.

Flora.

    

De Vallei van de Ziepbeek bestaat uit een afwisseling van vochtige en droge heide, gagelstruwelen, natte bossen, moerassen en vijvers. Op de hogere heuvels rondom het reservaat liggen bossen met Grove den (Pinus sylvestris) en Zwarte den (Pinus nigra).
De droge heide is begroeid met Struikheide (Calluna vulgaris), Bochtige smele (Deschampsia flexuosa) en Pijpenstrootje (Molinia caerulea).
Een groot deel van het gebied bestaat uit vochtige heide. Deze is hier ontstaan door de kwel die optreedt aan de voet van het Kempens plateau. In de vochtige heide groeit vooral Gewone dopheide (Erica tetralix) en Pijpenstrootje. Aan de randen groeit heel veel Wilde gagel (Myrica gale). Op geplagde plaatsen groeit massaal Beenbreek (Narthecium ossifragum) met daartussen Veenpluis (Eriophorum angustifolium). Daartussen groeit Witte snavelbies (Rhynchospora alba), Bruine snavelbies (Rhynchospora fusca), Kleine zonnedauw (Drosera intermedia), Liggende vleugeltjesbloem (Polygala serpyllum) en sporadisch Klokjesgentiaan (Gentiana pneumonanthe) en Moeraswolfsklauw (Lonicera periclymenum). Een bijzonderheid is de Tengere heideorchis (Dactylorhiza maculata ssp. elodes). Daarnaast is er een aantal zegges aanwezig, waaronder Blauwe zegge (Carex panicea) en Dwergzegge (Carex oederi ssp. oederi). Sporadisch komt Veenbies (Scirpus cespitosus ssp. germanicus) voor. Rondom de vochtige heide groeien berkenbossen met veel Wilde gagel (Myrica gale) in de ondergroei. Hier en daar komt Koningsvaren (Osmunda regalis) voor.
Langs de vijvers groeit veel Snavelzegge (Carex rostrata), Pluimzegge (Carex paniculata), Draadzegge (Carex lasiocarpa) en Mattenbies (Scirpus lacustris). Ook groeit er Klein blaasjeskruid (Utricularia minor). Op het water groeit Duizendknoopfonteinkruid (Potamogeton polygonifolius) en Witte waterlelie (Nymphea alba). Op de oevers groeit Waternavel (Hydrocotyle vulgaris) en Melkeppe (Peucedanum palustre) tussen het Riet (Phragmites australis). Op een klein plekje groeit in een vochtige greppel ook Drijvende waterweegbree (Luronium natans). Langs de paden groeit Kruipwilg (Salix repens), Tandjesgras (Dantonia decumbens) en Borstelgras (Nardus stricta).

Fauna.

De Vallei van de Zijpbeek is met name bekend vanwege zijn rijke entomofauna. Deze rijkdom neemt helaas gestaag af, maar er zijn nog een groot aantal bijzondere soorten aanwezig.
Langs de heldere Zijpbeek patrouilleren als een soort vliegende tijgers de geel-zwart gevlekte Gewone bronlibellen (Cordulegaster boltonii). Ook de Beekoeverlibel (Orthetrum coerulescens) leeft hier in grote aantallen. De stilstaande wateren, zoals de Gaarvijver, de Sluisvijver en de Juffrouwenvijver, vormen het leefgebied van Viervleklibellen (Libellula quadrimaculata) en de Grote keizerlibel (Anax imperator).
In de vochtige heide leeft de Gouden sprinkhaan (Chrysochraon dispar).
In de struikjes in de heide zitten vaak Groentjes (Callophrys rubi) en Boomblauwtjes (Celastrina argiolus).
Boven de heide klinkt regelmatig het krassen van de Roodborsttapuit (Saxicola torqualis). In de bossen aan de rand van het gebied leeft de Zwarte specht (Dryocopus martius).

Onderweg in het gebied.

De Vallei van de Zijpbeek maakt deel uit van Nationaal Park Hoge Kempen. Daardoor is een deel van het gebied afgesloten als kernzone. De beste startpunten zijn de parking Bessemer of de parking Pietersem. Er voeren twee wandelroutes van 14 en 16 kilometer door het gebied.

Tijd.

Omdat het gebied niet zo eenvoudig toegankelijk is, duurt een bezoek aan het gebied vanwege de lange aanlooptijd vaak lang. Trek gerust een dag uit. De beste periode om het gebied te bezoeken zijn de maanden juni en juli. Dan bloeit de Beenbreek en de heide.