Natuur tussen Maas en Rijn beleven!



Startpagina.
Algemene informatie over de Eifel.
Excursies en lezingen.
Deelgebieden:
-
Eifel
-Limburg
Natuurreservaten en wandelgebieden.
Geschiedenis van de Eifel.
Archeologische plekken.
Historische plaatsen.
Water in de Eifel.
Geologie van de Eifel.
Oude ambachten.
Mijnbouw & oude
industrie.
Paddenstoelen.
Wildparken & Musea.
Feesten.
Heiligen.
Wandelroutes.
Kinderwagenwandelingen.
Links.
Over ons.
Contact/Colofon.
Fotopagina´s.
Alfabetisch register
Naar de Duitstalige sites/ Zu den deutschen Seiten.













Zandhagedis

De Zandhagedis (Lacerta agilis) is een vrij forse hagedis. Ze zijn zwaarder gebouwd dan de Muurhagedis (Podarcis muralis) en de Levendbarende hagedis (Zoötica vivipara). Ze hebben ook een vrij dikke staart. De volwassen exemplaren bereiken een lengte van ongeveer 26 centimeter.
De vrij grote kop eindigt in een korte, stompe snuit. De mannetjes zijn, met name in het voorjaar en de zomer, groen van kleur. Ze hebben een donkerbruine band die over hun rug en staart loopt. Deze is aan weerszijden afgezet met langwerpige witte vlekjes of streeptjes. Vrouwtjes zien er eender uit, maar bij hun zijn de poten, kop en flanken beige van kleur. Bij de mannetjes is de buikzijde en keel groenwit, bij vrouwtjes en juvenielen geelwit. Op de flanken zijn vaak vlekpatronen te zien, waarbij lichte vlekken worden omsloten door donkerbruine tot bijna zwarte schubben.
De eerste Zandhagedissen ontwaken rond begin maart uit hun winterslaap. Vanaf eind september tot eind oktober zoeken de dieren hun winterslaapplaatsen op.

Vijanden.

De natuurlijke vijanden van de Zandhagedis zijn de Gladde slang (Coronella austriaca), Buizerd (Buteo buteo), Torenvalk (Falco tinnunculus) en Grauwe klauwier (Lanius collurio).

Voortplanting.

De voortplantingsperiode van de Zandhagedis ligt rond eind april tot begin mei. De mannetjes gaan dan op zoek naar een vrouwtje en worden veel waargenomen. Na de paring zijn de vrouwtjes juist beter te zien. Ze liggen dan veel te zonnen om de eieren te laten groeien. De eieren worden door de vrouwtjes gelegd in een zelfgegraven kuiltje in los zand. Daar worden ze door de zon uitgebroed. De eieren worden afgezet van eind mei tot begin juli. Omdat de dieren vaak hun eieren alleen kunnen afzetten aan de rand van zandpaadjes omdat dat de enige open zandplekken zijn, worden nogal wat nesten vertrapt. Ook prederen Wilde zwijnen (Sus scrofa) regelmatig op de eieren van Zandhagedis. Juveniele dieren zijn met name in september veel te vinden.

Biotoop.

De Zandhagedis is een typische bewoner van droge heidegebieden. In de gebieden waar de soort gevonden wordt, moet voldoende structuur aanwezig zijn. De dieren zijn te vinden in oude heidevelden met jonge en oude heidestruiken en een rijke afwisseling van polvormende grassen, boom- en struikopslag en open zandplekken. Deze laatste zijn van belang om te zonnen en voor de ei-afzet. Monotone, jonge VVV-heide is dus niets voor deze soort. Hierin is onvoldoende structuur aanwezig. Bosranden met open plekken en een gemengde vegetatie met Struikheide (Calluna vulgaris) en Pijpenstrootje (Molinia caerulea). De dieren zijn warmteminnend en vertonen een duidelijke voorkeur voor geaccidenteerde terreinen met hellingen met een zuidelijke expositie. Hieraan voldoen natuurlijke hellingen, maar ook spoordijken zoals die van de IJzeren Rijn. In tegenstelling tot de Levendbarende hagedis heeft de Zandhagedis eenvoorkeur voor de drogere, meer open heidevegetaties en de op het zuiden geëxponeerde hellingen. De Levendbarende hagedis komt juist meer voor in meer vergraste terreingedeelten en op de noordwaarts gerichte, vochtigere hellingen.
De Zandhagedis is goed aangepast aan het leven in droge biotopen door een hoge resistentie voor vochtverlies.

Verspreiding.

In de Eifel en in de regio rondom Luik, evenals uit Belgisch-Limburg, is de Zandhagedis niet bekend. Wel komt ze voor in de heringerichte bruinkoolgroeves en in de Wahner Heide bij Keulen.
In Zuid-Limburg heeft de Zandhagedis een geïsoleerde populatie op de Brunssummerheide. Van de aangrenzende Teverenerheide aan de Duitse zijde van de grens is de soort niet bekend.
Op de Brunssummerheide ligt het zwaartepunt van de verspreiding in het noordelijk gedeelte bij de Roode Beek. Hier is ze in tien kilometerhokken gevonden.
Uit de Kop van Noord-Limburg is de soort bekend van de Mookerheide en De Heumensche Schans. Deze vormt een deel van de populatie op de Nijmeegse stuwwal. De dieren leven hier met name in de rnadzones van de heidegebieden. De monotone struikheidevegetaties hebben te weinig structuur voor de soort. Ook komt de Zandhagedis voor in het grensgebied met het Reichswald langs de Grensweg bij Milsbeek. Deze populatie is echter geïsoleerd van de populatie op de Mookerheide door het agrarisch gebruikte Zevendal en de sterk beboste Sint-Jansberg.
Verder naar het zuiden liggen de Bergerheide, de Hamert, de Dorperheide en de Roobeek. Op de Hamert is de soort al lang bekend en hier komt de soort ook in diverse deelgebieden voor. Ook leeft de soort op de Groote Heide bij Venlo. Hier zijn de dieren met name in het zuidelijk deel, het zogenaamde Schuttersputjesveld en in de struikheidevegetatie aan de oostzijde van het voormalige vliegveld aan de Dutise zijde te vinden, de zogenaamde Herongerheide.
In Midden-Limburg is de soort te vinden in de Holtmühle en de Meinweg. De Meinweg is het belangrijkste kerngebied voor de Zandhagedis in Limburg. Ook langs de IJzeren Rijn is de Zandhagedis bijna overal gevonden. In het Boschbeekdal is de soort goed vertegenwoordigd.