Langs de Mühlenteich staan Canadese populieren (Populus X canadensis) en Zwarte elzen (Alnus glutinosa). Eronder groeien in het vroege voorjaar Muskuskruid (Adoxa moschatellina) met onopvallende groene bloemen, Bosgeelster (Gagea lutea) met smalle, grasachtige bladeren en gele, stervormige bloemen en Voorjaarshelmbloem (Corydalis solida) met vuilpaarse bloemen en tere groene blaadjes. ’s Zomers groeit hier Kleine kaardenbol (Dipsacus pilosa), goed herkenbaar aan zijn stekelige stengel en witte, bolvormige bloemen.
We steken de Rur over die hier heel breed is en gezoomd wordt door wilgen (Salix sp.). Let hier eens op de bijzondere Waterspreeuw (Cinclus cinclus), een zangvogel die zijn voedssel onder water zoekt.
We steken het spoor over en lopen rechtdoor de straat “Am Berg” in. Deze straat volgen we ook bergop het bos in.
In het eiken-haagbeukenbos groeit Voorjaarshelmbloem, Muskuskruid, Gele dovenetel (Lamium galeobdolon ssp. argentatum), Valse salie (Teucrium scorodonium), Klimopereprijs (Veronica hederacea), Grote veldbies (Luzula sylvatica), Bochtige smele (Deschampsia flexuosa), Grote muur (Stellaria holostea) en Gewone kamperfoelie (Lonicera periclymenum). We passeren een akker en gaan op een T-splitsing rechtsaf langs een sparrenbos.
In de wegberm groeit Drienerfmuur (Moehringia trinervis), Witte klaverzuring (Oxalis acetosella) en Muursla (Mycelis muralis).
Op een T-splitsing gaan we linksaf en lopen verder bergop langs akkers. Op een kruising tussen akkers slaan we rechtsaf en lopen over een brede bosweg een bos in.
In het Grove dennenbos groeit in de ondergroei hier en daar Hulst (Ilex aquifolium), veel Struikhei (Calluna vulgaris), Valse salie, Gewone brem (Cytisus scoparius) en Bochtige smele.
We volgen de brede bosweg en gaan op een Y-splitsing na 300 meter linksaf, verder bergop over een brede bosweg.
In de wegberm groeit even verderop Lieve-vrouwe-bedstro (Galium odoratum). We lopen verder langs een eikenbos waar de eiken vaak uit stobben groeien en meerstammig zijn met kromme stammen. In de ondergroei staat opvallend veel Struikhei.
Na een tijdje bereiken we de Waldkapelle die tussen 1994 en 1996 gebouwd werd. In de wegberm dagzoomt leisteen uit het Devoon. Terugkijkend ligt diep onder ons het kasteel van Untermaubach.
We passeren een kleine kapvlakte waar Trosvlier (Sambuccus racemosus) en Hazelaar (Corylus avellana) groeien. Even verderop ligt diep onder ons het stuwmeer van Obermaubach waarop soms diverse soorten watervogels zitten.
We steken een kruising over en lopen rechtdoor richting Nideggen. Na een perceel met Fijnsparren (Picea abies) gaan we linksaf via een smal paadje, gemarkeerd met het cijfer 9, richting Nideggen (maar niet helemaal linksaf via het hele steile smalle paadje).
Het pad loopt nu door een eikenbos waarin steeds weer Buntsandstein-rotsen staan. Verderop wordt de bodem wat rijker en worden de eiken ook dikker en ouder. Hier lijkt de bodem ook wat rijker te zijn, zo groeit er veel Hulst (Ilex aquifolium), maar ook Gevlekte aronskelk (Arum maculatum).
We negeren een zijweggetje en even verderop begint het smalle pad flink te stijgen.
In het eikenbos groeit onder meer Kussentjesmos (Leucobryum glaucum),Witte veldbies (Luzula luzuloides), Bochtige smele, Struikhei, Hulst en Gewone kamperfoelie.
Op een Y-splitsing van voetpaden gaan we rechtsaf en passeren even verderop een omheind stuk met Buntsandstein-rotsen. Op een brede bosweg gaan we linksaf en lopen op één hoogte verder. Op een kruising gaan we rechtsaf en op een volgende Y-splitsing gaan we weer rechtsaf en dalen nu af door een soort holle weg.
In de holle weg is het zelfs ’s zomers koel en vochtig waardoor er allerlei soorten mossen groeien. Zo staat er veel Gerimpeld platmos (Plagiothecium undulatum), maar ook diverse andere mossoorten, Grote veldbies en Witte klaverzuring. Verderop ligt een ouder haagbeukenbos met onder meer Bosanemoon (Anemone nemorosa), Speenkruid (Ranuculus ficaria), Zwarte rapunzel (Phyteuma nigra) en bosviooltjes (Viola sp.).
We negeren een zijweg linksaf en dalen af tot een grasweg rechtsaf slaat en volgen deze. Rondom ons hebben we uitzicht op het Rurdal met de Buntsandstein-rotsen en op hotel-restaurant Gut Kallerbend. In de weilanden grazen koeien met opmerkelijke horens, het is het zogenaamde Rheinisches Longhorn Vieh. We dalen af naar Gut Kallerbend, waar we voorzichtig het spoor oversteken en gaan op de asfaltweg rechtsaf. We steken de Rur over, waar we even moeten opletten op de Grote gele kwikstaart (Motacilla cinerea) en de Waterspreeuw (Cinclus cinclus), twee bijzondere beekvogels die hier regelmatig fourageren. Langs de Rur staat op een rots een Mariabeeld. Direct hierna gaan we linksaf via een smal pad en klimmen middels enkele trapjes bergop.
Langs het pad groeit Gevlekte aronskelk, Bosanemoon, Muskuskruid en Akkerkool.
Op een Y-splitsing van boswegen gaan we rechtsaf en op een volgende Y-splitsing weer rechtsaf. Verderop negeren we een pad naar rechts en volgen een bosweg langs een perceel met Fijnsparren.
In de Fijnsparren zitten regelmatig Goudhaantjes (Regulus regulus) voedsel te zoeken. Langs het pad liggen hier en daar Meiler-plaatsen, (half-) ronde plateau ’s waar vroeger houtskool werd gestookt.
Het bos op deze noordhelling oogt veel anders dan het bos op de zuidhelling. De samenstelling van de boomlaag is onder meer anders. Er groeien veel Gewone essen (Fraxinus excelsior), eiken (Quercus petraea), Gewone esdoorns (Acer pseudoplatanas). In de wegbem groeit Dubbellof (Blechnum spicant) en, op natte plekken, ook veenmossen, Paarbladig goudveil (Chrysosplenium oppositifolium).
We negeren nog een zijpad van rechts en lopen vrij hoog langs de bovenkant van het meer. Bij een grote kei die als wegwijzer dient, slaan we rechtsaf en dalen via een smal paadje af tot bij de rand van het stuwmeer. Daar staan enkele zitbanken vanwaar we mooi kunnen uitkijken over het stuwmeer.
Regelmatig zitten er allerlei watervogels op het stuwmeer, variërend van Kuifeenden (Aythya fuligula), Aalscholvers (Phalacrocorax carbo), Dodaars (Tachybaptus ruficollis), Wilde eend (Anas platyrhynchos) , Fuut (Podiceps cristatus), Nijlgans (Alopochen aegyptiacus) en Knobbelzwaan (Cygnus color).
Voor een beekje kunnen we niet meer verder langs het stuwmeer lopen, maar moeten linksaf, bergop langs een smal beekje. Na circa 200 meter kunnen we rechtsaf via een bosweggetje, gaan op een splitsing rechtsaf en volgen deze weg langs een aantal huizen in het bos tot we op de verharde weg uitkomen. Deze weg heet de Bergsteiner Straße en deze blijven we in principe ook volgen tot we op de Seestraße uitkomen. Daartoe negeren we twee zijwegen rechtsaf, steken een beek over waar een Bever (Castor fiber) zijn territorium heeft, negeren twee zijwegen van links, passeren de school en negeren nog een weg van links en gaan op de kruising met de Seestraße rechtsaf. We dalen nu af en passeren aan onze rechterhand de stuwdam van Obermaubach.
Bij de kiosk op de stuwdam kunnen we even een kijkje nemen bij de vispassage, waardoor de vissen ongehinderd de stuwdam kunnen passeren. Er is ook een speciaal kijkvenster waarbij je, gezeten op een bankje, kunt zien welke vissen er allemaal voorbijzwemmen.
Vervolgens lopen we verder over de Seestraße en gaan 150 meter voorbij de stuwdam linksaf via de Appolinarisstraße. We passeren een wegkruis en gaan hier rechtsaf en even verderop bij de straat Heidbüchel linksaf. Op een T-splitsing gaan we rechtsaf en blijven de straat Heidbüchel volgen. Voor het huis Heidbüchel nummer 20 gaan we rechtsaf via een smal voetpad met de naam “Kommweg”. Via enkele trappen dalen we af naar de Rinnebach, een smal beekje, en volgen dit enkele meters stroomafwaarts.
Langs de Rinnebach groeit Bosanemoon, Speenkruid, Grote muur en Voorjaarshelmbloem. We steken een bosweg over en lopen verder over een smal voetpad door een bos met Douglassparren (Pseudotsuga menziesii). We negeren een zijweg van links en dalen geleidelijk af richting Untermaubach. Op een Y-splitsing gaan we rechtsaf langs de rand van een weiland.
In een rij Canada-populieren groeit hier veel Mistletoe (Viscum album).
Voor ons doemt de burcht van Untermaubach al op en via de straat “Auf den Graben” dalen we af naar de Burgplatz waar de wandeling eindigt.