Door het dal van de Geleenbeek.
Deze wandeling loopt door het dal van de Geleenbeek tussen Sweijkhuizen en Schinnen. Onderweg loopt u langs de meanderende beek, waar u met enig geluk de Grote gele kwikstaart of de Ijsvogel kunt waarnemen. Ook ziet u enkele monumentale gebouwen waaronder hoeve Sint-Jansgeleen, de Sint-Jansmolen, Kasteel Terborgh en het kerkje van Sweijkhuizen. In dit dorpje maakt u ook kennis met de Sjweikezer Rèngelaot een lokaal pruimenras. Verder loopt u door een mooi hellingbos, tussen akkers en weilanden en door holle wegen.
De wandeling start bij de Biezenhof, een voormalige boerderij aan de voet van het dorpje Sweikhuizen. Bij de Biezenhof is meer dan genoeg plaats om te parkeren.
Vanaf de Biezenhof loopt u over de verkeersweg richting Sweikhuizen en steekt vrijwel direct na de Biezenhof de Geleenbeek over. Meteen daarna neemt u het voetpad dat rechtsaf de beek stroomopwaarts volgt. Let eens op de vele Weidebeekjuffers (Caleopteryx splendens) die over het water heen en weer fladderen. Met een beetje geluk ziet u ook een Grote gele kwikstaart (Motacilla cinerea) of zelfs een Ijsvogel (Alcedo atthis). De beek is hier recent weer in een meer natuurlijke staat gebracht en kan volop meanderen. Langs de beek groeien planten die typisch zijn voor rivieroevers zoals Kattenstaart (Lythrum salicaria), Grote lisdodde (Typha latifolia), Geoord helmkruid (Scrophularia auriculata) en Wolfspoot (Lycopos europaeus).
Bij een Y-splitsing gaat u rechtsaf en komt uit in een jong wilgenbos met Schietwilg (Salix alba) waar allerlei ruigtekruiden en stikstofminnende planten groeien zoals Leverkruid (Eupatoria cannabinum), Hondsdraf (Glechoma hederifolia), Fluitekruid (Anthryscus sylvestris) en Dagkoekoeksbloem (Silene dioica). Aan het eind van het wandelpad komt u uit op een verharde weg. Hier kunt u even het spoor oversteken om een blik te werpen op de prachtige hoeve Sint-Jansgeleen. Dit is een haakvormige hoeve uit baksteen. De bakstenen worden gescheiden door speklagen van kalksteen. De hoeve werd tussen 1720 en 1730 gebouwd. Boven de ingangspoort zijn de gaten waarin vroeger de kabels van de ophaalbrug zaten nog te zien. De wapensteen vermeld als jaartal 1751. De stallen en de schuur zijn in 1961 erbij gebouwd. Voor de hoeve staat onder een Witte paardekastanje (Aesculus hippocastanum) een mooi wegkruis.
U keert op uw schreden terug en loopt naar een gebouw dat vanuit het voetpad waar u uitkwam links ligt. Dit is de voorburcht van het kasteel Sint-Jansgeleen die in 1775 werd gebouwd door Charles Joseph Prins de Ligne. Het gebouw is gedeeltelijk opgetrokken uit baksteen en gedeeltelijk uit mergel. Het dak is een mansardedak. Bij het gebouw hoort ook een watermolen die al in de 14e eeuw werd vermeld. In 1795 was deze molen de banmolen van de schepenbank van Beek. De Sint-Jansmolen werd in 1965 stilgelegd en gedeeltelijk ontmanteld. Aan de achterkant is het waterrad echter nog steeds te zien. Direct voor de muur van de Sint-Jansmolen neemt u een veldweg naar rechts en volgt deze tot het eind van de ommuring. Daar gaat u linksaf in de richting van het Stammenderbos. Achter de molen kunt u een wilg zien die volzit met de bijzondere Maretak (Viscum album), een halfparasiet die door de oude Germanen werd vereerd omdat hij zelfs in de winter groene bladeren draagt.
U negeert een weg die van links komt en steekt het ruiterpad dat naar rechts afbuigt over. Daarna gaat u ook rechtsaf het bos in. U loopt nu aan de voet van het Stammenderbos dat beheerd wordt door de Natuurmonumenten. Het is een bos op een ondergrond van Maasgrind en zand waarin eerst vooral Grove den (Pinus sylvestris), Zomereik (Quercus robur) en Ruwe berk (Betula pendula) groeien. De ondergroei bestaat uit Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina), Gewone vlier (Sambucus nigra), Adelaarsvaren (Pteridium aquilinum), Valse salie (Teucrium scorodonium), Bochtige smele (Deschampsia flexuosa) en Brede stekelvaren (Dryopteris dilatata). Even verderop ligt aan uw rechterhand een elzenbroekbos. U passeert het hekwerk van het voormalige retraitehuis dat nu in gebruik is als asielzoekerscentrum. Even verderop negeert u een zijweg naar links en loopt langs prachtige oude Beuken (Fagus sylvatica) rechtdoor.
U loopt nu via een enigzins holle weg door een prachtig beukenbos. Aan uw linkerhand ziet u het fraaie gebouw van het voormalige retraitehuis. Even verderop kunt u ook via een klein trapje rechtsaf lopen en een blik op het gebouw werpen. Daarna vervolgt u uw weg tot u wederom een hekwerk passeert. Direct hierna negeert u de holle weg die van links komt en daalt af door het beukenbos. Op de helling aan uw linkerhand heeft een oude Beuk het loodje gelegd en overal op de bosbodem komen jonge Beukjes op die allemaal willen profiteren van het licht. Er kan er echter maar ééntje winnen en de plek van de oude Beuk innemen…………………
U negeert een weg naar links en naar rechts. Het bos gaat nu over in een gemengd bos met veel Zoete kers (Prunus avium), Zomereik (Quercus robur) en veel Hazelaar (Corylus avellana) in de ondergroei. Hier groeit Schaduwgras (Poa nemoralis), Aardbeiganzerik (Potentilla sterilis), Lievevrouwebedstro (Gallium odoratum), Lelietje-van-dalen (Convallaria majalis), Valse salie (Teucrium scorodonium), Gewone kamperfoelie (Lonicera periclymenum). Op een driesprong houdt u rechts aan en even later steekt u een verharde weg over en vervolgt uw wandeling over een voetpad met de verkeersweg aan uw linker- en een jong bos aan uw rechterhand. Even later verschijnen aan uw linkerhand diverse akkers en weilanden.
Beneden in het dal liggen de weilanden rondom Kasteel Terborgh. U loopt nu in de schaduw van dikke eiken tot bij het kasteel. Hier kunt u eventueel even naar binnenlopen en een blik werpen op de fraaie vakwerkwatermolen, die helaas geen waterrad meer heeft. Ook kunt u hier wat gebruiken bij Gasterij Terborgh. Daarna loopt u verder met aan uw rechterhand de Geleenbeek waar een fraai stukje natuurontwikkeling is gedaan. De beek heeft weer een natuurlijk meanderende bedding gekregen en de weilanden in het dal worden extensief door koeien begraasd. Hierdoor heeft zich een mooie vegetatie kunnen ontwikkelen met veel Kattenstaart (Lythrum salicaria), Bosbies (Scirpus sylvaticus), Grote lisdodde (Typha latifolia) en Pitrus (Juncus effusus). Hier voelt zich onder meer de Blauwe reiger (Ardea cinerea) thuis. In het dal staat ook een mooie rij knotwilgen. In het struikgewas hoort u regelmatig de zang van de Grasmus (Sylvia communis), een klein bruin vogeltje met een grijs kopje.
Even verderop neemt u een zijweg die linksaf de helling op voert en uitkomt op de verharde weg. Deze steekt u over en loopt bergop tussen een weiland links en een bos rechts. De weg draait even verder langs de rand van een akker naar links. Aan het eind van deze weg daalt u via een steile trap af in een grub. In de grub gaat u rechtsaf en daalt weer in de richting van Kasteel Terborgh. Langs de grub groeien veel Gewone essen (Fraxinus excelsior), Zomereiken (Quercus robur), Robinias (Robina pseudoacacia). Op de bosbodem groeit veel Klimop (Hedera helix), maar ook Maarts viooltje (Viola odorata), Robertskruid (Geranium robertianum), Drienerfmuur (Moehringia trinervis), Look-zonder-look (Alliaria petiolata) en Stinkende gouwe (Chelodonium majus).
U verlaat het bos en komt uit in een gebied met akkers waarin hier en daar nog Grote klaproos (Papaver rhoeas) en Kamille groeit. Hier hoort u ook de zang van de Geelgors (Emberiza citrinella). Bij een wegkruis voor kasteel Terborgh steekt u een verharde weg die van rechts de berg afkomt (niet de verkeersweg voor kasteel Terborgh) over en gaat aan de overzijde via een veldweg schuin rechts de berg op in de richting van het Stammenderbos. Langs deze veldweg, die langzaam verandert in een holle weg, groeien veel Zoete kersen (Prunus avium). In de wegberm groeit Bosrank (Clematis vitalba), een soort die typisch is voor Zuid-Limburg omdat hij het liefst op kalkrijke bodems groeit. Verder groeit er Maarts viooltje (Viola odorata), Breedbladige wespenorchis (Epipactis helleborine) en Dagkoekoeksbloem (Silene dioica). Hier leven ook allerlei vogels zoals Grote bonte specht (Dendrocopus major), Koolmees (Parus major), Zwartkop (Sylvia atricapilla), Tjiftjaf (Phylloscopus collybita) en Vink (Fringilla coelebs).
Bovenaan de holle weg komt u uit bij een linde. Hier gaat u linksaf in de richting van de Stammenderhof. Deze hoeve brandde in 1696 af en werd later herbouwd. De Stammenderhof is opgetrokken uit baksteen. Direct na de Stammenderhof gaat u rechtsaf via een verharde weg. Na ongeveer 200 meter gaat u het bos in. Hier is het zaak het smalle, steeds weer stijgende en dan weer dalende pad dat maximaal tien meter van de bosrand verwijderd blijft, te volgen. Dit is door de vele dwarspaden niet altijd even gemakkelijk!
Na enkele honderden meters komt u op een vijfsprong, hier gaat u rechtsaf en verlaat het bos. Buiten het bos steekt u een verharde weg over en loopt rechtdoor tussen een weiland en een akker door. In de akker aan uw rechterhand zijn zo nu en dan nog fraaie akkeronkruiden zoals Grote klaproos (Papaver rhoeas), kamille en Gele ganzenbloem (Chrysanthemum segetum) te zien. Bij een dikke eik begint het pad te dalen. Het voetpad dat hier naar rechts gaat negeert u en daalt af. Aan uw rechter- en linkerhand ziet u hoogstamboomgaarden met pruimen. Het zeldzame ras Sjweikezer Rèngelaot wordt hier nu weer veel aangeplant. Onderaan de helling negeeert u een voetpad dat van rechts komt en komt uit op een verharde weg in Sweijkhuizen. Deze loopt u uit. Op een T-splitsing kunt u even naar rechts gaan om naar de fraaie kerk van het dorpje te kijken of linksaf in de richting van de Biezenhof lopen waar de wandeling eindigt.