Varens zijn geheimzinnige planten. Ze zijn al heel oud. Fossielen van varens laten planten zien die heel veel lijken op de tegenwoordig levende soorten. Varens zijn ook geliefd vanwege hun exotische uiterlijk. Veel soorten varens komen in het tropisch regenwoud voor. Varens waren in het Engeland van de 19e eeuw zeer geliefd. Er heerste een ware varenmanie. Engeland kent vanwege zijn vochtige klimaat met milde winters een groot aantal soorten varens, meer dan 70. In totaal zijn er wereldwijd circa 1300 soorten varens, verdeeld over 10 geslachten (genera) en 5 families.
Wat maakt een plant tot een varen ?
Een varen zou in het kort kunnen worden omschreven als een plant met een vertakt systeem van vaatbundels waardoor ze zich op het land kunnen voortplanten. De voortplanting gebeurt door middel van sporen die gevormd worden in sporendoosjes aan de onderzijde van het blad. Varens hebben wortelstokken met zijwortels. Deze wortelstok kan heel kort, maar ook heel lang zijn en zelfs een rechtopstaand stammetje vormen. De bladeren staan verspreid op de lange kruipende wortelstok of in bundels bij elkaar. De bladeren zijn meestal ingesneden, vaak ook meermaals gedeeld. De bladeren zijn veervormig, soms handvormig of gaffelvormig vertakt. De jonge bladeren zitten opgerold. Veel soorten vertonen bladdimorfisme, dat betekent dat er verschillende types bladeren per plant zijn. Meestal zijn de steriele bladeren anders dan de fertiele (sporedragende) bladeren.
De sporedoosjes (sporangiën) staan in groepjes (sori) bij elkaar. De sori worden beschermd door een dekvliesje (indusium) dat allerlei vormen kan hebben.
Voortplanting.
Elke varencel is diploïd en bevat twee chromosomensets. De varenplant zelf is ook diploïd. De diploïde levensvorm wordt sporofyt genoemd. Op de sporofyt worden sporedoosjes gevormd die sporangiën heetten. In de sporangiën zitten sporemoedercellen in vier cellen met elk slechts één chromosomenset. Door reductiedeling groeien de cellen uit tot sporen. Een spore is heel klein, één cel groot met één chromosomenset. De spore is dan haploïd. De spore heeft een stevige wand die haar tegen de invloed van buiten beschermt.
Bij de voortplanting ontstaat eerst een voorkiem die gametofyt of protalium wordt genoemd. De gametofyt is altijd kleiner dan één centimeter. De gametofyt zit vaak tegen de grond aangedrukt of zelfs ondergronds. Bij watervarens wordt de gametofyt binnen de sporewand gevormd. Onder invloed van water en licht kan de gametofyt kiemen en uit de spore groeien. Op de gametofyt ontwikkelen zich mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen die antheridia en archegonia worden genoemd. In deze bolvormige structuren worden haploïde spermatozoïden en eicellen gevormd. De spermatozoïden kunnen de eicellen alleen via water bereiken. Na de bevruchting groeit op de gametofyt weer een diploïde sporofyt (varenplant). De gametofyt vergaat dan weer.