Natuur tussen Maas en Rijn beleven!



Startpagina.
Algemene informatie over de Eifel.
Excursies en lezingen.
Deelgebieden:
-
Eifel
-Limburg
Natuurreservaten en wandelgebieden.
Geschiedenis van de Eifel.
Archeologische plekken.
Historische plaatsen.
Water in de Eifel.
Geologie van de Eifel.
Oude ambachten.
Mijnbouw & oude
industrie.
Paddenstoelen.
Wildparken & Musea.
Feesten.
Heiligen.
Wandelroutes.
Kinderwagenwandelingen.
Links.
Over ons.
Contact/Colofon.
Fotopagina´s.
Alfabetisch register
Naar de Duitstalige sites/ Zu den deutschen Seiten.













Schinveldse bossen.

Ligging: Nederlands-Limburg, nabij Schinveld.
Hoogteligging: 57-72 meter boven N.A.P.
Oppervlakte:
Eigenaar: 
Natuurmonumenten.
In beheer sinds:

Algemeen.

De Schinveldse bossen vormen een groot boscomplex in het noordoosten van Zuid-Limburg. Ze bestaan uit een afwisseling van loofbossen, grotendeels eiken-berkenbossen, en naaldbossen, grotendeels dennen- en lariksbossen. Midden in het gebied ligt het Boesjveld, tegenwoordig vaak aangeduid als de Schinvelder Es, een complex van kleinschalige akkers en weilanden. Ook liggen er diverse voormalige groeves in het gebied die tegenwoordig vol water staan en kleine meertjes vormen. Door het Vosbroek, een nat deelgebied, stroomt het Russcherbeekje. Aan de noordkant grenst het natuur- en landschapspark Rode Beek-Rodebach aan het gebied.

Schanzen.

Mycologie.

Flora.

Loofbossen.

Het zuidelijke deel van de Schinveldse bossen bestaat uit loofbossen die deels meer dan 150 jaar oud zijn. De bossen werden in het verleden beheerd als hakhout. Geriefhout en takkenbossen (´sjanse´) voor de ovens werden verkregen door de bomen om de 5 tot 10 jaar af te zetten. Enkele bomen werden als zogenaamde overstaanders gespaard voor zaaghout. De loofbossen bestaan grotendeels uit zomereiken-berkenbos waarbij Zomereik (Quercus robur) de boomlaag domineert. Ruwe berk (Betula pendula) is duidelijk minder aanwezig.
In de ondergroei staan struiken en kleine bomen als Hazelaar (Coryllus avellana), Sporkehout (Frangula alnus), Wilde lijsterbes (Sorbus aucuparia), Blauwe bosbes (Vaccinium myrtillus) en sporadisch zelfs Wilde mispel (Mespilus germanicus). Een opvallend veel voorkomende klimplant in de ondergroei is Wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum). Daarnaast staan er veel varens, met name Brede stekelvaren (Dryopteris dillatata) en Smalle stekelvaren (Dryopteris carthusianorum). Langs de ontwateringsgreppels en op andere ietwat vochtigere plekjes groeit Wijfjesvaren (Athyrium filix-femina) en zelfs het bijzondere Dubbelloof (Blechnum spicant) met twee soorten bladeren. De buitenste bladeren met brede bladen van de eerste orde zijn steriel terwijl de middelste, doorgaans rechtopstaande, bladeren sporen vormen. Bochtige smele (Deschampsia flexuosa) en Hengel (Melampyrum pratense), een halfparasiet die op eik parasiteert, komen veel voor. In bepaalde delen van het gebied, onder meer in het Vosbroek, staat op wat rijkere bodems ook veel Dalkruid (Maianthemum bifolia), Lelietje-van-dalen (Convallaria majalis) en Gewone salomonszegel (Polygonatum multiflorum).
In de vochtige delen, zoals in het Vosbroek, groeien elzenbroekbossen met Zwarte els (Alnus glutinosa) en Geoorde wilg (Salix auriculata). In de ondergroei staat Bitterzoet (Solanum dulcamara), Gele lis (Iris pseudacoris), Blauw glidkruid (Scuttelaria gallericulata) en diverse veenmossen (Sphagnum sp.). In poelen op de brandgangen en wegen in het Vosbroek, groeien Egelboterbloem (Ranunculus flamula), Sterrenkroos (Calitriche sp.) en Klein glidkruid (Scuttelaria minor).

Naaldbossen.

In het noorden van de Schinveldse bossen overheersen de naaldbossen, doorgaans met Grove den met een kenmerkend oranjerood bovenste deel van de stam, maar ook met Corsicaanse den (Pinus nigra ssp. laricio), met een geheel donkere stam. Hierin wordt de ondergroei vaak gedomineerd door Adelaarsvaren (Pteridium aquilinum) of bramen (Rubus sp.). Er komen ook stukken voor met Japanse larix (Larix kampfaeri) en Fijnspar (Picea abies). Deze naaldbossen zijn aangeplant op de voormalige heidevelden, om stutten voor de steenkolenmijnen te krijgen. Houten stutten waren goedkoop en kraakten eerst voordat ze onder het gewicht van de bovenliggende massa doorbraken. Zo konden de mijnwerkers nog een veilig heenkomen zoeken. Deze aanplant vond plaats tussen 1918 en 1955.

Schinveldse es.

Het Boesjveld, tegenwoordig aangeduid als Schinveldse Es, een complex van akkers en weilanden, was vroeger bekend vanwege zijn rijke akkerflora. Tegenwoordig zijn hier en daar nog Grote klaproos (Papaver rhoeas), Valse kamille (Anthemis arvensis) en Gele ganzenbloem (Chrysanthemum segetum) aanwezig. In een klein akkertje nabij het Nonke Buusjke, een klein openluchtmuseum dat het leven van vijftig jaar geleden toont, groeit ook veel Slofhak (Anthoxanthum arisatum), Overblijvende hardbloem (Scleranthus perennis), Valse kamille (Anthemis arvensis), Akkerviooltje (Viola arvensis), Smalle wikke (Vicia sativa ssp. nigra), Vergeten wikke (Vicia sativa ssp. segetalis), Ringelwikke (Vicia hirsuta), Schapenzuring (Rumex acetosella) en Gewone spurrie (Spergula arvensis).

Voormalige groeves.

Op de oevers van de voormalige kleigroeve groeit Zomprus (Juncus articulatus), Waternavel (Hydrocotyle vulgaris), Mannagras (Glyceria fluitans), Geelgroene zegge (Carex demissa), Veelstengelige waterbies (Eleocharis multicaulis) en Egelboterbloem (Ranunculus flamula). Langs de waterkant groeit Snavelzegge (Carex rostrata) en Gewone waterbies (Eleocharis vulgaris). In het water groeien Aarvederkruid (Myriophyllum spicatum) en Gekroesd fonteinkruid (Potamogeton crispus). De Russchergroeve is volop in ontwikkeling, het grootste deel van het terrein bestaat uit een ruige graslandvegetatie met soorten als Akkerdistel (Cirsium arvense), Grote brandnetel (Urtica dioica) en Speerdistel (Cirsium vulgare). Ook de neofyt Late guldenroede (Solidago gigantea) groeit er massaal. Bijzonder is het voorkomen van Echt duizendguldenkruid (Centaurium erythraea) en twee soorten orchideeen, te weten Gevlekte orchis (Dactylorhiza maculata) en Rietorchis (Dactylorhiza praetermissa). Langs de overgebleven plas groeit een rijke oevervegetatie met veel Gewone wederik (Lysimachia vulgaris), Gewone engelwortel, Grote kattenstaart (Lythrum salicaria), Moeras-rolklaver (Lotus uliginosus) en Kale jonker (Cirsium palustre). Op het water drijft Veenwortel (Polygonum amfibium).

Fauna.

De Schinveldse bossen vormen een uitgestrekt boscomplex en zijn derhalve uitermate geschikt voor allerlei bosvogels. In de open bossen is op allerlei plekken de kenmerkende zang van de Fluiter (Phyloscopus sibilatrix) hoorbaar. Het typische ritme lijkt enigszins op dat van een naaimachine, daarom wordt de Fluiter ook wel de naaimachine van het bos genoemd. Ook de Bonte vliegenvanger (Ficedula hypoleuca) is hier en daar nog aanwezig. De Koekoek (Cuculus canorus) laat zich regelmatig horen.
In de hoge bomen nestelen diverse soorten roofvogels. Onder meer Havik (Accipiter gentilis), Buizerd (Buteo buteo) en Sperwer (Accipiter nisus) zijn er jaarlijks aanwezig. De Wespendief (Pernis apivoris) is bijna ieder jaar als zomergast of als broedvogels in het gebied aanwezig. Rondom de voormalige kleigroeves in het gebied zijn allerlei amfibieën aanwezig. Onder meer Bruine kikker ( Rana temporia ), Middelste groene kikker ( Rana esculenta) en Poelkikker (Rana lessonae). In de ondiepere plassen op de weg leven Kleine watersalamander (Lisotriton vulgaris) en Alpenwatersalamander (Mesotriton alpestris). Boven de plassen vliegen libellen als Grote keizerslibel ( Anax imperator), Smaragdlibel (Cordulia aenea), Azuurwaterjuffer (Conagrion puella), Lantaarntje (Ischnura elegans) en Gewone oeverlibel (Orthetrum cancellatum). Zelfs de Bruine winterjuffer (Sympecma fusca) is er aanwezig. In de zomer van 2011 werd zelfs de Bruine korenbout (Libellula fulva) ontdekt in het aangrenzende Natuurpark Rode Beek-Rote Bach.
Typische bosvlinders als Kleine ijsvogelvlinder (Limentis camilla) en Bont dikkopje (Cartocephalon palaemon) ontbreken ook niet. De Kleine ijsvogelvlinder is op diverse plekken in het bos aanwezig. Het Bont dikkopje doet het duidelijk minder goed. Reeën (Capreolus capreolus ) zijn veel aanwezig in de Schinveldse bossen, met name in de schemering laten ze zich ook zien.


Onderweg in het gebied.

Het gebied is ontsloten door een netwerk van smalle paadjes en brede boswegen. Startpunten zijn onder meer het zweefvliegveld aan de noordkant, het infopunt Rode beek bij het dorp Schinveld, de parkeerplaats nabij de Heringshof en de doodlopende weg nabij de Zwarte markt.

Tijd.

Wat de beste tijd is om het gebied te bezoeken, hangt helemaal van je interesse af. Vanaf begin mei zijn er vele bosvogels actief. In mei bloeit ook Dalkruid en Lelietje van dalen en vliegt het Bont dikkopje. In juni begint de Kleine ijsvogelvlinder te vliegen en bloeit de Wilde kamperfoelie in het bos. In de herfst zijn er allerlei bijzondere en algemene paddenstoelen aanwezig.
Voor een bezoek aan het gebied kun je een hele dag uittrekken, het loont zich voor een flinke wandeling. Korte tochten zijn natuurlijk ook mogelijk.