Natuur tussen Maas en Rijn beleven!



Startpagina.
Algemene informatie over de Eifel.
Excursies en lezingen.
Deelgebieden:
-
Eifel
-Limburg
Natuurreservaten en wandelgebieden.
Geschiedenis van de Eifel.
Archeologische plekken.
Historische plaatsen.
Water in de Eifel.
Geologie van de Eifel.
Oude ambachten.
Mijnbouw & oude
industrie.
Paddenstoelen.
Wildparken & Musea.
Feesten.
Heiligen.
Wandelroutes.
Kinderwagenwandelingen.
Links.
Over ons.
Contact/Colofon.
Fotopagina´s.
Alfabetisch register
Naar de Duitstalige sites/ Zu den deutschen Seiten.













Rimburg..

In het dal van de Worm, vlak tegen de Duitse grens, ligt het langgerekte straatdorp Rimburg. Het dorp telt ongeveer 320 huizen en 800 inwoners en behoort tot de gemeente Landgraaf. Een klein gedeelte ligt aan de Duitse kant van de grens en behoort tot de gemeente Übach-Palenberg. Tot 1886 was Rimburg een zelfstandige gemeente.

Naam.

Het dorp dankt zijn naam aan de gelijknamige burcht. Deze werd al vanaf 1200 genoemd onder verschillende namen, Rimborg, Ringburcht, Ringburg en Rinckberg. Deze laatste naam is ook de naam voor het centrale deel van het dorp. De gracht bij de het slot is ringvormig, en dus is de naam Ringburg nog niet zo heel gek gekozen.

Romeinse tijd.

De oudste bewoning van het gebied gaat al terug tot voor de jaartelling. In de Romeinse tijd kruiste de Via Belgica, een belangrijke Romeinse handelsroute, in de buurt van het dorp de Worm. Ongeveer 100 meter ten noorden van kasteel Rimburg lag in de 1e eeuw na Christus een zes meter brede houten brug over de Worm. Deze werd in 1927 opgegraven, samen met andere vondsten uit de Romeinse en Frankische tijd. Bij de brug hoorde ook een Burgus, een onderkomen om de brug te bewaken. Daarbij ontstond een kleine nederzetting met een plek waar de paarden ververst konden worden, een gasthuis, ambachtslieden, een pottenbakkerij en een markt. Ook is er een kampement gevonden, evenals grafstenen, wij-altaren en godenbeeldjes uit de Romeinse tijd. In het nabijgelegen Herbach, net over de Duitse grens, is een Romeins kerkhof en een woonhuis met een vloerverwarming gevonden.

Kasteel Rimburg.

In het dal van de Worm, precies tegenover het gelijknamige Nederlandse dorpje, ligt Kasteel Rimburg.
Kasteel Rimburg stamt uit de 12e eeuw. De eerste vermelding was in 1168. In 1294 heette ze Ringberg en in 1374 Ringelborg. Het kasteel werd gebouwd op de fundamenten van een Romeins kastell. Het kasteel lag dichtbij de brug over de Worm, waarvoor tol betaald moest worden. Dit zorgde voor vaste inkomsten voor de bewoners van de burcht. De burcht was door het zompige land rond de Worm vanzelf goed beschermd tegen invallen van buitenaf. De burcht ligt op een 4 meter hoge, 200 meter lange en 150 meter brede motte (een kunstmatig opgeworpen heuvel). Het is een waterburcht met een ringvormige gracht. De 30 meter hoge donjon werd omgeven door een regelmatig gebouw van twee verdiepingen hoog en een burchtmuur. Daaromheen lag nog een gracht. Nadat ze in de oorlog tussen Hertogdom Limburg en Hertogdom Brabant in 1288 deels verwoest was, werd ze in de 14e eeuw extra versterkt. Het werd een echte vesting met een buitenmuur en vier bakstenen torens, waarvan de toren in het zuidwesten nog behouden gebleven is. In de torens en muren zaten schietgaten en er lagen ook kazematten. Het geheel werd versterkt met een driedubbele gracht, waarvan onder andere een tak van de Worm deel uitmaakte.
In de loop der eeuwen woonden er verschillende families. Mulrepass, een roofridder, overviel in de 13e eeuw de handelslieden die over de drukke weg reisden die hier de Worm overstak. Pas na betaling van een losgeld werden ze weer vrijgelaten. In 1276 zorgde Hertog Jan I van Brabant ervoor dat de roofridder de burcht opgeeft. Andere bewoners waren de families Merode, Gronsfeld, Bronckhorst-Batenburg en Boeijmer. In 1673 beschoten Franse troepen de burcht en veroverden haar. Daarbij werden de vestingwerken defnitief ten gronde gericht. Na de intocht van het Franse leger in 1795 werd het leenstelsel opgeheven en werden de boeren vrij. De Heerlijheid Rimburg werd toen een gemeente. Na het Congres van Wenen in februari 1871 werd de Worm grensrivier tussen Nederland en het Koninkrijk Pruisen. Daarbij werd de gemeente Rimburg ook opgedeeld. Sinds 1898 woont de familie Von Brauchitsch hier. In 1899 kreeg de uit Düsseldorf afkomstige architect Professor Kleesattel de opdracht voor het verbouwen en renoveren van het kasteel. Hierbij werd de voorburcht compleet vernieuwd en het hoofdgebouw kreeg een nieuwe gevel die beter pastte bij het barokke interieur.In het west kreeg de ronde toren een achthoekige etage met talrijke ramen en bovenop een leistenen koepelvormige kap.
Bij de burcht hoorden diverse hoeves, onder meer in Haanrade, Hofstadt, Bruchhausen, Scherpenseel, Herbach, Finkenrath en Nivelstein. Ook de molens in Eygelshoven en in Rimburg zelf behoorden bij het kasteel.
Kasteel Rimburg werd enkele keren verwoest, onder meer door Hertog Jan I van Brabant in 1277 en door Lodewijk XIV in 1673. Bij de verovering in november 1673 was net de bevolking uit de hele omtrek op aanraden van de Spaanse garnizoenscommandant met hun hele hebben en houden in het kasteel ondergebracht. De mensen hadden hun voedselvoorraden, kostbaarheden, meubels en vee meegenomen en dachten hier veilig te zijn. De Fransen kregen het kasteel echter in handen en namen alles mee naar Maastricht.
Kasteel Rimburg heeft drie vleugels. Tot 1997 stond in het bos achter het kasteel een mausoleum, dat echter vanwege het vandalisme herbouwd werd in het kasteelpark. Voor het kasteel ligt een poortgebouw. In het park staan diverse fraaie bomen, waaronder oude Abelen (Populus sp.), platanen en lariksen. Ook staat er een Moerascypres.

Rimburger Molen.

De watermolen van Rimburg werd voor de eerste keer in 1543 genoemd. De molenaar moest pacht betalen aan de heer van Kasteel Rimburg. Ook moest hij alle graan voor het kasteel kostenloos molen. Later werd het een dubbele watermolen, aan weerszijden van de Worm stond een waterrad. De molens waren in het begin van de 20e eeuw door een brug met elkaar verbonden. De molens waren zowel als graan- en als oliemolen in gebruik.
De huidige watermolen stamt uit de 18e-19e eeuw. Het molenrad en het maalwerk zijn nog behouden, hoewel het rad in een deplorabele toestand verkeerd.

Dorpsgezicht.

In Rimburg staat nog een aantal oude boerderijen. Langs de weg zijn de bakstenen muren met grote ingangspoorten te zien. De boerderijen zijn vierkantshoeves met aan de buitenzijde vaak maar een beperkt aantal ramen. Ook staat er Villa Trumpener, vroeger Villa Keil genoemd, een opvallend huis uit 1881 met een ondergevel uit baksteen en een bovengevel van met baksteen gevuld vakwerk. Op het dak staan enkele opvallende dakkapellen. Vlakbij de brug over de Worm staat het kerkje met een neogotisch interieur. Ook staat hier aan weerszijden van de Worm een watermolen.
Een ander deel van het dorp heet Broekhuizen, dit is het wat nieuwere gedeelte in de richting van Kerkrade.
Het gehele dorp vormt een beschermd dorpsgezicht. Tot enkele jaren geleden had Rimburg ook een eigen school. In de oprichtingsakte staat dat Anna Sophia Elisabeth, Barones van Boeijmer en Rimburg, niet langer wil dat "de jeugd van onze onderdanen, door gemis van onontbeerlijk onderwijs onwetend is en blijft". Verder staat er dat de schoolmeesters "vrij van erfpacht het huis met weiland en tuin mogen bewonen, benutten, genieten en gebruiken. Ook zal de leraar jaarlijks twee malter rogge ontvangen plus een vet varken en acht rijksdaalders. Wij verordenen dat genoemde acht daalders gehaald zullen worden uit de jaarlijkse tolgelden van de Rimburgse bruggen".

Natuur rondom Rimburg.

Rondom het dorp liggen fraaie hellingbossen die zich aan beide kanten van het Wormdal langs de helling uitstrekken. Het zijn fraaie bossen met Zomereik (Quercus robur), Haagbeuk (Carpinus betulus) en Zoete kers (Prunus avium). Met name het Rimburgerbos is een belangrijk vleermuisreservaat. Op de plateau´s wordt aan akkerbouw gedaan. Vlak langs de Worm liggen stukken moerassig laagveen met fraaie horsten van Pluimzegge (Carex paniculata) en tussen de bosjes van wilgen (Salix sp.) en Geoorde wilg (Salix auriculata) vaak ook Dotterbloemen (Caltha palustris). Rond 1949 groeiden hier nog Brede orchis (Dactylorhiza majalis) en Knolsteenbreek (Saxifraga granulata) (Bruna, 1949). In die tijd waren hier ook nog met water gevulde bomtrechters, gevormd door het bombardement op de spoorlijn in 1943, aanwezig, waarin in die dagen reeds een moerasvegetatie met onder meer Lisdodde (Thypa sp.) was ontstaan. Het bos ten oosten van Kasteel Rimburg is Duits gebied. Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag hier een ring van bunkers, waar in de herfst van 1944 hevig gevochten werd. Het bos liep hierbij ook grote schade op (Bruna, 1949). Een kruis met als opschrift "oktober 1944" nabij een voormalige bunker van de Westwall herinnert nog aan de gevallenen van oktober 1944 toen de Amerikanen tussen Rimburg en Palenberg de Worm overstaken.
Het Rimburger Wald is een circa 1,5 kilometer lang en 200-300 meter breed bos op de oostelijke helling van het Wormdal. De hoogteligging varieërt van 110 meter boven N.A.P. onderaan tot bijna 135 meter boven N.A.P. onderaan. Het is een bos dat deels oorspronkelijk oogt en deels bestaat uit aangeplante gedeelten. Zo ligt in het noorden een naaldbos met Fijnsparren (Picea abies), Lariks (Larix sp.) en Douglasspar (Pseudotsuga menziesii). De ondergroei hier bestaat uit Ruwe smele (Deschampsia cespitosa), Valse salie (Teucrium scorodonium) en Paars vingerhoedskruid (Digitalis purpurea). Hier en daar groeit Trosvlier (Sambuccus racemosus) en Framboos (Rubus idaeus). In de bomen zoeken Goudhaantjes () naar kleine insecten. Ook zijn er kleine percelen met Grove dennen (Pinus sylvestris) waarin Bochtige smele (Deschampsia flexuosa) en Adelaarsvaren (Pteridium aquilinum) groeit.
De meer natuurlijke bossen zijn eiken-beuken-essenbossen. Hier groeien, met name aan de boven- en de onderrand redelijk veel voorjaarsbloeiers. Zo staan er hele tapijten van Muskuskruid (Adoxa moschata), Bosanemoon (Anemone nemorosa) en Speenkruid (Ranunculus ficaria). Hier en daar groeit Maarts viooltje (Viola odorata). Langs de bospaden groeit veel Boszegge (Carex sylvatica), IJle zegge (Carex remota) en Bosereprijs (Veronica montana). Langs de randen van het bos groeit veel Gevlekte aronskelk (Arum maculatum) en Gewone vogelmelk (Ornithogallum umbellatum).
Langs de noordwestrand van het bos loopt een holle weg met in de wegbermen Witte klaverzuring (Oxalis acetosella), Gewone kamperfoelie (Lonicera periclymenum) en Grote muur (Stellaria holostea).
In het bos leven zowel Grote bonte spechten (Dendrocopus major) als Groene spechten (Picus viridis). Verlaten spechtenholen worden gebruikt door Boomklevers (Sitta europaea) en Boomkruipers (). De Buizerd (Buteo buteo) is eveneens broedvogel in het bos. Hazen (Lepus europaeus) en Reeën (Capreolous capreolus) verraden hun aanwezigheid met name met hun sporen.
Sinds 1970 is het Rimburger Wald als "Naherholungsgebiet" toegankelijk voor de bevolking. Tot 1997 stond in het bos ook het Mausoleum van de familie Brauchitsch, de bewoners van de Rimburg. Vanwege het vele vandalisme werden de doden herbegraven in het kasteelpark. Een Mammoetboom laat ook zien dat het om een bos bij een kasteel gaat. Langs de onderrand van het bos staan ook grote aantallen Sneeuwklokjes (Galanthus nivalis).
Langs de spoorlijn liggen voornamelijk agrarische gronden die in gebruik zijn als akker en weiland. Vaak fourageren hier Canadese ganzen (Branta canadensis).

Literatuur:

Bruna, W., 1949, Het Kasteel Rimburg en omgeving, Natuurhistorisch Maandblad, 38(5):54-55.