Slanke sleutelbloem (Primula elatior).
Op vochtige plekken groeit Slanke sleutelbloem. Onder meer op natuurlijke beekoevers, in onbemeste, extensieve weilanden en in bossen. Ze houden onder meer van plekken waar hakhoutbeheer werd toegepast en waar het bos wat meer open is. Op deze lichte en open plekken vinden we vaak ook andere soorten zoals Eenbes (Paris quadrifolia), Grote keverorchis (Neottia ovata), Bosanemoon (Anemone nemorosa) en Muskuskruid (Adoxa moschatellina). Door het achterwege blijven van hakhoutbeheer verdwijnen de geschikte standplaatsen voor de Slanke sleutelbloem en wordt deze soort dus ook steeds zeldzamer. Deze soort wordt in Limburg aangeduidt met de naam "Kirkesjleutel". De naam dankt de plant aan de gelijkenis van de bloemen met een sleutelbos. De bloemen worden door diverse soorten insecten bezocht. Bijen, aardhommels, zweefvliegen en enkele vroeg vliegende vlinders bezoeken de bloemen voor nectar en dragen bij aan de bestuiving. De zaden worden verspreid door de wind en door langslopende dieren die de stengels in beweging brengen. Voor hommels is de bloem eigenlijk te smal om bij de nectar te komen. Daarom bijten ze wel eens een gat onder in de bloem, dit noemt men inbreken in de bloem.