Natuur tussen Maas en Rijn beleven!



Startpagina.
Algemene informatie over de Eifel.
Excursies en lezingen.
Deelgebieden:
-
Eifel
-Limburg
Natuurreservaten en wandelgebieden.
Geschiedenis van de Eifel.
Archeologische plekken.
Historische plaatsen.
Water in de Eifel.
Geologie van de Eifel.
Oude ambachten.
Mijnbouw & oude
industrie.
Paddenstoelen.
Wildparken & Musea.
Feesten.
Heiligen.
Wandelroutes.
Kinderwagenwandelingen.
Links.
Over ons.
Contact/Colofon.
Fotopagina´s.
Alfabetisch register
Naar de Duitstalige sites/ Zu den deutschen Seiten.













NSG Peevestorfer Wiesen.


Peevestorfer Wiesen met het Elbholz op de achtergrond. Extensieve begrazing.

Tussen het Elbholz en de Höhbeck nabij Peevestorf strekken zich langs de Elbe graslanden uit. Dit zijn de Peevestorfer Wiesen, waarvan 95 hectare in eigendom van de NABU is. Om te voorkomen dat de graslanden dichtgroeien met struikgewas, worden ze begraasd met Galloway-runderen. Tijdens hoogwater kwelt water uit de Elbe (het zogenaamde Qualmwasser) onder de dijken door en vult de poelen en plassen in de weilanden. Deze worden graag gebruikt door allerlei soorten amfibieën. Maar liefst 10 soorten amfbieën zijn er aanwezig. Hiertoe behoren de Bruine kikker (Rana temporia), Meerkikker (Rana ridibunda), Heikikker (Rana arvalis), Gewone pad (Bufo bufo) en Rugstreeppad (Bufo calamita). Zeldzamere soorten als Boomkikker (Hyla arborea), Knoflookpad (Pelobates fuscus) en Roodbuikvuurpad (Bombina bombina) komen er eveneens voor. Tijdens het voorjaar en de voorzomer laten de Boomkikkers en Roodbuikvuurpadden zich graag ´s nachts horen.
De grote aantallen amfibieën lokken weer Ooievaars (Ciconia ciconia) en Kraanvogels (Grus grus) die hier foerageren. In de graslanden rondom Peevestorf broeden Grauwe ganzen (Anser anser) en aan de rand van plassen en poelen Waterral (Rallus aquaticus), Dodaars (Tachybaptus ruficollis) en Fuut (Podceps cristatus). De Zeearend (Haliaeetus albicilla) is vaak jagend in het gebied aanwezig, evenals de Rode wouw (Milvus milvus) en de Zwarte wouw (Milvus migrans).
In het riet nestelt de Grote karekiet (Acrocephalus arundinaceus). Ook weidevogels als Kievit (Vanellus vanellus) en Watersnip (Gallinago gallinago) broeden er nog in grote aantallen. Af en toe klinkt zelfs de kenmerkende “wip-me-dit”-roep van de Kwartel (Coturnix coturnix) uit de graslanden. De Bruine kiekendief (Circus aeruginosus) is terug van weggeweest. Het Paapje (Saxicola rubetra) is, evenals de Roodborsttapuit (Saxicola rubicola), een typische soort van extensieve graslanden.
De graslanden worden doorsneden door slootjes, meidoornheggen en solitaire rozenstruiken. In de heggen broeden Grauwe klauwier (Lanius collurio) en Sperwergrasmus (Sylvia nisoria). Door de vele kleine zangvogels vinden ook Koekoeken (Cuculus canorus) er een goede voortplantingsplek. Hazen (Lepus europaeus) zoeken dekking langs de heggen. Langs de slootjes groeit soms Riet (Phragmites austrialis) hetgeen ook de Rietgors (Emberiza schoeniclus) aantrekt.
Op de plassen en in de sloten groeit Veenwortel (Polygonum amfibium). Er groeien ook orchideeën (Dactylorhiza spec.), Moeraslathyrus (Lathyrus palustris) en de zeer bijzondere Iris siberica die enkele jaren geleden vanuit een andere populatie in het dal van de Elbe hierheen werd overgeplant. Deze soort is afhankelijk van het steeds weer overstromen van de graslanden. Op zowel Iris siberica als op Gele lis (Iris pseudacorus) leeft de Lissenboorder (Mononycha punctum-album), een snuitkever die gaten in de lissen boort. Algemenere soorten zijn Echte koekoeksbloem (Lychnis flos-cuculi), Moerasrolklaver (Lotus uliginosus), Veldlathyrus (Lathyrus pratensis) en Poelruit (Thalictrum flavum). Er vliegen Groot geaderd witje (Aporia crataegi), Kleine vuurvlinder (Lycaena phleas), Hooibeestje (Coenonympha pamphilus), Dambordje (Melenargia galathea), Koevinkje (Anthopus hyperantus), Bruin zandoogje (Maniola jurtina) en Geelsprietdikkopje (Thymelicus sylvestris) rond. Op Grote brandnetel (Urtica dioica) zitten vaak de zwarte rupsen van de Dagpauwoog (Inachis io).
Opvallend is de aanwezigheid van de Wijngaardslak (Helix pomatias), deze grote slakken hebben voor de opbouw van hun huisje toch een aanzienlijke hoeveelheid kalk nodig.