Natuur tussen Maas en Rijn beleven!



Startpagina.
Algemene informatie over de Eifel.
Excursies en lezingen.
Deelgebieden:
-
Eifel
-Limburg
Natuurreservaten en wandelgebieden.
Geschiedenis van de Eifel.
Archeologische plekken.
Historische plaatsen.
Water in de Eifel.
Geologie van de Eifel.
Oude ambachten.
Mijnbouw & oude
industrie.
Paddenstoelen.
Wildparken & Musea.
Feesten.
Heiligen.
Wandelroutes.
Kinderwagenwandelingen.
Links.
Over ons.
Contact/Colofon.
Fotopagina´s.
Alfabetisch register
Naar de Duitstalige sites/ Zu den deutschen Seiten.













NSG Löcknitz-Niederung.

      

Nachtegaal (Lyscinia megarhynchos). Juveniele ooievaars (Cicconia cicconia).

Algemeen.

Aan de voet van de duinen bij Klein-Schmölen stroomt het riviertje de Löcknitz. Tot in de jaren ´70 van de 20e eeuw stond de Löcknitz tijdens hoogwater tot aan de voet van de duinen. Dit eindigde nadat de Löcknitz was omgelegd. Door de omlegging daalde de grondwaterstand tevens met 1,5 meter.
Het natuurreservaat Löcknitztal-Altlauf werd op 15 mei 1990 tot natuurreservaat verklaard. Het gebied is 235 hectare groot en werd gesticht om een structuur- en soortenrijk gedeelte van de rivier met de natuurlijke dynamiek en overgangen tussen afwisselend vochtige beemden en droge zandbodems te beschermen.


Flora.

De vochtige hooilanden langs de Löcknitz zijn begroeid met Poelruit (Thalictrum flavum), Echte koekoeksbloem (Lychnis flos-cuculi), Wilde bertram (Achillea ptarmica), Moeraskruiskruid (Senecio paludosus), Waterkruiskruid (Senecio aquaticus), Gewone wederik (Lysimachia vulgaris), Scutellaria hastifolia en Grote watereppe (Sium latifolium). Een zeldzame schermbloemige is Cnidium dubium. Verder groeit er Genadekruid (Gratiola officinalis) en Cardamine parviflora.


Fauna.

In de vochtige hooilanden leeft onder meer de zeldzame Kwartelkoning (Crex crex) die voortdurend zijn eigen naam roept. Ook leven er Ooievaars (Ciconia ciconia) en Watersnippen (Gallinago gallinago). Er liggen ook rietlanden met veel Riet (Phragmites austrialis). Ertussen groeit Bitterzoet (Solanum dulcamara) en Grote brandnetel (Urtica dioica). Vaak zitten Paapjes (Saxicola rubetra) op de draden erlangs. In het riet nestelen Buidelmezen (Remizpenulinus). Er leven Rugstreeppadden (Bufo calamita), Boomkikkers (Hyla arborea), Meerkikker (Rana ridibunda), Knoflookpadden (Pelobates fuscus) en Kamsalamanders (Triturus cristatus). In het hoge rietland kunnen zich zelfs Reeën (Capreolus capreolus) en Edelherten (Cervus elaphus) verbergen.
Er leven 20 soorten libellen waaronder de Bruine korenbout (Libellula fulva) en de Metaalglanslibel (Somatochlora metallica). Zeer bijzonder is het voorkomen van de Otter (Lutra lutra). Tijdens de trekperiode is het gebied belangrijk voor allerlei vogels zoals Pijlstaart (Anas acuta), Zomertaling (Anas querquedula), Slobeend (Anas clypeata), Kievit (Vanellus vanellus), Wulp (Numenius arquata), Groenpoot-ruiter (Tringa nebularia), Witgat (Tringa ochropus) en Bosruiter (Tringa glareola).