Knoflookpad.
De Knoflookpad dankt zijn naam aan de naar knoflook geurende huidafscheiding die hij loslaat bij gevaar. De basiskleur is bruin tot grijs met op de kop, rug en flanken donkere vlekken en strepen. Knoflookpadden worden 4,5 tot 6 centimeter lang, waarbij de vrouwtjes wat groter zijn dan de mannetjes. De Knoflookpad houdt er een verborgen leefwijze op na. Overdag zitten de dieren vaak ingegraven in de grond. ´s Nachts komen ze naar buiten. De Knoflookpad is een echte soort van de grote rivieren. Ze zijn aangewezen op heidegebieden, rivierduinen en zandige oeverwallen. Ze kunnen ook uit de voeten in het kleinschalige cultuurlandschap waar ze in akkers, weilanden en kleinschalige landbouwgebieden leven. Intensieve landbouw is echter dodelijk.
De Knoflookpad leefde vroeger algemeen in de overstromingsvlakte van de Maas en de Rijn. Zijn landbiotoop is in Nederlans- Limburg met name te vinden op de zandige (Pleistocene) rivier- en windafzettingen. Hier konden de dieren zich met behulp van hun metatarsusknobbel goed ingraven. De voortplanting geschiedde in de afgesneden, voedselrijke meanders. Tot het begin van de 20e eeuw vormden in Nederlands-Limburg het dal van de Maas en het dal van de Roer nog kerngebieden. Sinds de eerste helft van de vorige eeuw is het aantal leefgebieden in Nederland met meer dan de helft teruggedrongen. Door intensieve bemesting en het gebruik van insecticiden is het landbiotoop steeds slechter geworden. In Limburg zijn van de zes oorspronkelijke leefgebieden er nog maar drie over. In het Arenbosch bij Heythuisen, het Roerdal en op de Melickerheide lijkt de soort te zijn verdwenen. Enkel op de Meinweg, in het Heereven bij Siebengewald en op de Bergerheide wordt de soort nog gezien, hoewel dat ook weinig hoopvol lijkt. Zo werd bij een intensief onderzoek in 2010 op de Bergerheide slechts 1 larve gezien. In de Roerstreek, lange tijd het kerngebied van de Knoflookpad in Midden-Limburg, gaat het ook slecht. Tussen 1980 en 2008 werd de soort nog in 16 poelen en vennen gezien. De laatste jaren waren er nog maar 4 poelen over, waarvan slechts 1 met regelmatige voortplanting. Anno 2011 was er nog 1 poel over. Verzuring, verlanding en verdroging van de poelen leidde ertoe dat de wateren ongeschikt werden. In zuur water kunnen de eisnoeren zich niet goed ontwikkelen. Compenserende maatregelen, zoals aanlege van poelen, het aanleggen van akkerreservaten en het vrijmaken van de beboste heide op de Breidberg bij Melick leidden niet tot vooruitgang. In het Roerdal zelf verdween de soort waarschijnlijk door verlanding van oude meanders, het droogvallen van voortplantingswateren en de intensivering van de landbouw. In 2011 werd de Knoflookpad beschouwd als het meest bedreigde amfibie van Nederland.