Kalketrip (Centaurea calcitrapa) is een tweejarige plant uit de composietenfamilie. Ze lijkt uiterlijk wel wat op een distel. De bladeren zijn dubbel veervormig gedeeld en tijdens de bloei vaak verdord. De stengelbladeren zijn donkergroen en vaak niet of nauwelijks ingesneden. De takken eindigen in een hoofdje. Vlak daaronder vertakken ze zich weer, waardoor het lijkt of de bloemen in de takvorken staan. De aanhangsels van de omwindselblaadjes eindigen in een stevige lichtgele stekel die één tot drie centimeterlang kan worden. Aan de voet ervan staan vaak nog enkele kortere stekels. Hierdoor krijgt de plant ook haar distelachtige uiterlijk. De bloemen zijn lichtpaars met iets donkerdere uiteinden. Lintbloemen ontbreken en daardoor zijn de bloemen klein en onopvallend. De planten kunnen 50 centimeter hoog worden, maar blijven doorgaans lager.
Kalketrip is algemeen te vinden Zuid-Europa, met name in de landen rondom de Middellandse zee. De noordgrens van haar verspreidingsgebied loopt door Midden-Duitsland, Nederland en Midden-Engeland. Tot 1964 kwam ze bij Maastricht voor, daarna was ze uit Nederland verdwenen. Inmiddels is ze, in het Poppelmondedal, weer teruggekeerd. Kalketrip vertoont een voorkeur voor een zonnige, droge standplaats. Vaak groeit ze op kalkhoudende bodems. Daar zoekt ze plaatsen op die stikstofrijk zijn en waar de bodem veel ammoniak bevat. Het is dus een typische soort die veel langs veedriften met betreden grond gevonden wordt. Waarschijnlijk werden de stekelige planten door de schaapskuddes verspreid en verdween de soort nadat de rondtrekkende kuddes uit Zuid-Limburg verdwenen.