Natuur tussen Maas en Rijn beleven!



Startpagina.
Algemene informatie over de Eifel.
Excursies en lezingen.
Deelgebieden:
-
Eifel
-Limburg
Natuurreservaten en wandelgebieden.
Geschiedenis van de Eifel.
Archeologische plekken.
Historische plaatsen.
Water in de Eifel.
Geologie van de Eifel.
Oude ambachten.
Mijnbouw & oude
industrie.
Paddenstoelen.
Wildparken & Musea.
Feesten.
Heiligen.
Wandelroutes.
Kinderwagenwandelingen.
Links.
Over ons.
Contact/Colofon.
Fotopagina´s.
Alfabetisch register
Naar de Duitstalige sites/ Zu den deutschen Seiten.













Holset.

Holset is een klein kerkdorpje tussen Vaals en Vijlen. In het lokale dialect wordt het plaatsje Hozelt genoemd. De naam van het plaatsje heeft waarschijnlijk een band met het Romaanse hullisetum, dat hulstbos zou betekenen. Dat is niet onlogisch, want in de bossen boven het dorp groeit deze struik veel. Holset is ontstaan in de vroeg-Middeleeuwse ontginningsfase. De eerste vermelding is in 1252 als Hoseith. In 1266 is er sprake van Holosette en in 1280 van Holseize. In 1327 bezit Wilem, Heer van Stolberg en Gronsveld, goederen bij Holseth. Deze heeft hij gekregen als leen van Hertog Hendrik IV van Limburg. De heren van Holset vestigden zich waarschijnlijk rond 1271 in de huidige hoeve Einrade. Het dorpje ligt rondom de kleine heuvel waarop de kerk staat. In totaal telt het dorpje circa 50 huizen, waarvan het merendeel van recente oorsprong is.
Het bij het dorp horende 17 hectare grote Holsetterbos is een van de laatste markenbossen van Limburg. Hier heeft een wisselend aantal eigenaren het kaprecht.

Sint-Genoveva-kerkje.

Het kleine kerkje van Holset is toegewijd aan Sint-Genoveva. Holset was altijd al een zelfstandige parochie. Tegenwoordig is het waarschijnlijk de kleinste parochie van Nederland, tenminste wanneer wordt uitgegaan van het aantal parochianen. Van oorsprong is het een Romaans zaalkerkje. De kerk ontstond in 1136 en kwam in de plaats van een houten kapel die reeds op deze plek stond. Het initiatief voor de bouw kwam van Lotharius III, Keizer van het Heilige Roomse Rijk. In 1266 bezaten de Preekherenkloosters van Maastricht en Luik rechten op de kerk.
Van deze 12e eeuwse kerk resteren nog de toren en het rechthoekige schip. Aan de noordzijde zijn nog resten van de oude muren uit de periode rond 800 over. Dit is herkenbaar aan de zeer onregelmatige opbouw en het gebruik van veldkeien. Rond 1500 werd de kerk in oostelijke richting uitgebreid en van een koor voorzien. Daarbij werden steeds aparte daken aangebracht die trapsgewijs steeds lager worden. Daarnaast werd de kleine, rechthoekige sacristie aangebouwd. De toren werd volledig nieuw gebouwd in 1736 en later nog regelmatig verbouwd. In de 19e eeuw werd tegenover de ingang nog een kapel aangebouwd. Bij de restauratie van 1885 werd het gebouw grondig op de schop genomen. In deze tijd werd het oorspronkelijke onregelmatige muurwerk vervangen door het meer regelmatige muurwerk dat hoger in de muren opduikt. In het interieur valt de vlakke, sobere zoldering van schip en koor op. In de zijwand van het koor is een klein nisje aangebracht dat een gotische spitsboog draagt. Ervoor staat een smeedijzeren hek, hetgeen doet vermoeden dat het om een sacramentshuisje gaat. Het hoofdaltaar is een schilderij van een Kruisafname uit de eerste helft van de 16e eeuw. Het hoofdaltaar zelf stamt, evenals de zij-altaren, uit 1889. In de kerk zijn verder enkele 17e en 18e eeuwse beelden aanwezig. Het marmoren doopvont stamt uit 1673 en is afkomstig uit de Abdij van Val-Dieu. De ingang ligt sinds 1916 op de huidige plek.
Rechts voorin de kerk staat het laat-barokke beeldje van Sint-Genoveva, een heilige die volgens de overlevering herderinnetje zou zijn geweest. Ze is dan ook afgebeeld als herderinnetje met herderhoed en een schaap aan haar voeten. In haar handen heeft ze een boek en een spinklos. Aan de andere kant staat Sint-Rochus. Er staat ook nog een ongekleurd beeld van Sint-Genoveva uit de 18e eeuw. Dit staat in het dwarsschip.Vanwege de verering van Sint-Genoveva komen er regelmatig pelgrims naar Holset. Dit startte al in 1870-1880. Dit had te maken met de inzet van Pastoor Slenter die het ontstaan van de kerk in de voorchristelijke, heidense periode liet plaatsen. Volgens Schlenter zou er nog lang een heidens heiligdom geweest zijn dat aan de Germaanse god Bel was toegewijdt. Bisschop Falco van Maastricht zou het gebied pas in 515 hebben bekeerd en het onder de bescherming van Sint-Genoveva hebben geplaatst. De Heilige was toen net dood en haar roem verspreidde zich over Europa. Rondom Holset zou een draak rondspoken en uit een bron kwam giftig water naar boven. Toen bisschop Lambertus het water zegende, werd het bronwater drinkbaar en was ook opeens de draak verdwenen. Tussen 1884 en 1887 moest de kerk namelijk ingrijpend gerestaureerd worden en het geld dat de bedevaartsgangers mee zouden brengen was hierbij van harte welkom. In 1870 werd een beeld van Sint-Genoveva in de kapel geplaatst. De eerste bedevaarten starten al snel na 1870 en in 1880 komt de eerste gebedsverhoring. In 1883 wordt een zieke vrouw genezen. Drie jaar later gebeurde dit weer en tussen 1883 en 1900 noteerde de pastoor zelfs 379 wonderbaarlijke genezingen, vooral bij mensen die leden aan verlammingen, jicht, doofheid, koorts en oogziektes. Dit deed het aantal pelgrims natuurlijk stijgen. In 1885 werd de Genoveva-broederschap opgericht.
Met name uit het gebied van Aken pelgrimeren regelmatig mensen naar Holset. Met name rond de sterfdag van Sint-Genoveva op 3 januari komen er veel pelgrims. Dan wordt ook een noveen, een negendaagse periode van missen en bedevaarten, gehouden. Hetzelfde gebeurt rond 20 juni. Achter in de kerk staat een vat waaruit Genoveva-water getapt kan worden en zijn er noveenkaarsen te koop.
Op de eerste zondag na Pinksteren wordt in Holset de Bronk gevierd. Dat gebeurt met een processie die door het dorpje trekt.
In de kerk staat ook een enorm beeld van Sint-Lambertus, patroonheilige van de Vaals.
Rondom het kerkje ligt het eenvoudige kerkhof. Direct rondom de kerk zijn grafstenen uit blauwsteen geplaatst. Deze stammen uit de 17e eeuw. Onder de jongere grafstenen verschuilen zich Vroedmeesterpadjes (Alytes obstetricans). Het mysterieuze zachte roepje van deze dieren maakt het kerkhof op warme zomeravonden tot een mystieke plek.