Höhbeck.
De Höhbeck steekt als een soort eiland 60 meter boven de omgeving van de Gartower Elbmarsch uit. Het is de rest van `Geest`-heuvel die tijdens de IJstijden niet door de Elbe is weggeërodeerd. De Höhbeck ontstond 255.000 jaar geleden. De ondergrond bestaat uit een afwisseling van oudere sedimenten met ertussen afzettingen uit de IJstijd (de zogenaamde `Geschiebe-Mergel`). Hierdoor ontstond boven op de Höhbeck een golvend landschap met drogere en vochtigere plekken. Na de IJstijd bleef de Höhbeck als een soort eiland in de 8 tot 12 km brede overstromingsvlakte van de Elbe staan.
De Höhbeck is 4 kilometer lang en 2 kilometer breed.
Op de Höhbeck liggen diverse oude nederzettingen, waaronder de Schwedenschanze en de Veitzer Schanze. In de 8e eeuw werd onder Karel de Grote het Castellum Hobuoki gebouwd dat diende als grensvesting tegen de Slavische legioenen. Ook bij Meetschow lag een burcht. Deze burchten stammen uit de Slavische tijd. Door de twee zendmasten, 327 en 344 meter hoog, die er bovenop staan is de Höhbeck al van verre een markant punt. In de tijd van de Koude Oorlog was deze plek natuurlijk niet onbelangrijk, daarom werden in 1930 twee zendmasten gebouwd. Westerse televisie- en telefoonzenders konden tot ver in het oosten naar West-Berlijn, dat 140 kilometer verderop ligt, worden uitgestraald. In het begin konden er slechts 15 telefoongesprekken tegelijkertijd plaatsvinden, met de bouw van de nieuwe torens liep dat op tot 12.000 telefoongesprekken. In 1936 bouwde de Luftwaffe er al een geheime militaire zender.
Vanaf de 21 meter hoge uitzichttoren bij de Schwedenschanze, gebouwd in 2008, is het dal van de traag stromende Elbe goed te overzien. De eerste uitzichttoren was slechts 18 meter hoog en werd in het midden van de jaren ´60 van de vorige eeuw gebouwd.
In 2002 werd de Höhbeck aan het Biosphärenreservat toegevoegd.
De noord- en oostflank van de Höhbeck, die richting de Elbe zijn gericht, hebben steile hellingen die ondermijnd zijn door de rivier. De begroeiing bestaat uit Zomereiken (Quercus robur), Wintereiken (Quercus petraea), Grove dennen (Pinus sylvestris) en Beuken (Fagus sylvatica). In de bossen leven Raven (Corvus corax), Koekoeken (Cuculus canorus) en Wielewalen (Oriolus oriolus).Ook zitten er Reeën (Capreolus capreolus) en Hazen (Lepus europaeus).
Op de geleidelijk dalende zuid- en westhelling, afgevlakt door de wind en doordat deze hellingen tijdens de IJstijd, toen de ondergrond overal bevroren was, door solifluctie langzaam naar onder gleden, liggen uitgestrekte droge graslanden op zandgrond met een grote variatie in kruidachtige planten. De Höhbeck is zeer soortenrijk omdat hij op de overgang van het atlantische naar het continentale klimaat ligt. Er zijn 700 plantensoorten gevonden. Bijzondere soorten zijn Grote bosaardbei (Fragaria moschata) en de zeer zeldzame Pulsatilla patens. Algemenere soorten van zandbodems zijn Steenanjer (Dianthus deltioides), Buntgras (Coronephorus canescens), Kartuizer anjer (Dianthus carthusianorum), Wilde kruisdistel (Eringium arvense). In het verleden groeide er ook nog Roggelelies (Lilium bulbiferum ssp. croceum), maar een deel hiervan is in 1961 naar een tuintje in Peevestorf overgeplant.
Van het (open-)kappen van bossen profiteerden Boomleeuwerik (Lullula arborea), Grauwe klauwier (Lanius collurio) en Draaihals (Jynx torquilla). Rugstreeppadden (Bufo calamita) bevolken de poeltjes op plekken waar water stagneert. Er leven ook Juli-kevers (Polyphylla fullo) en Zuid-Europese Wespenspinnen (Argiope brunechii).