Natuur tussen Maas en Rijn beleven!



Startpagina.
Algemene informatie over de Eifel.
Excursies en lezingen.
Deelgebieden:
-
Eifel
-Limburg
Natuurreservaten en wandelgebieden.
Geschiedenis van de Eifel.
Archeologische plekken.
Historische plaatsen.
Water in de Eifel.
Geologie van de Eifel.
Oude ambachten.
Mijnbouw & oude
industrie.
Paddenstoelen.
Wildparken & Musea.
Feesten.
Heiligen.
Wandelroutes.
Kinderwagenwandelingen.
Links.
Over ons.
Contact/Colofon.
Fotopagina´s.
Alfabetisch register
Naar de Duitstalige sites/ Zu den deutschen Seiten.













Höfener Mühle.

De Höfener of Perlenbacher Mühle werd waarschijnlijk in 1805 door een inwoner van Höfen gebouwd. Haar ligging op de geleidelijk stijgende helling van de Wofelsberg maakte de aanleg van de molengang mogelijk, de andere helling is hier immers te steil voor. Zodoende kwam de molen aan de Kalterherbergse kant van de Perlenbach te liggen, hoewel ze al vanaf het begin op Höfen georiënteerd is. De molen werd niet direct aan de rivier gebouwd, om haar zo tegen hoogwater te beschermen.
Ze ontstond toen door de Franse revolutie de macht van de adel verloren ging en daarmee de banmolens aan Belgenbach, Laufenbach, Tiefenbach en Kall in onbruik raakten. Daarop ontstonden in het Monschauer land enkele nieuwe molens, zoals de Blaumauer Mühle (1833), de Rochusmühle (1830) en, als eerste, in 1805, de Perlenbacher Mühle.
Alleen van het malen kon men in die tijd echter niet leven, tot de inventaris van de Perlenbacher Mühle behoorden in 1847 acht koeien, twee kalveren, twee paarden, twee varkens, karren, een ploeg, een eg en huisraad.
De boeren die in de Höfener Mühle hun graan lieten malen, kwamen vooral uit de dorpen Höfen, Rohren en Kalterherberg. Terwijl ze op het malen van hun graan wachtten, verdreven ze de tijd in de bij de molen horende gelagkamer en genoten van jonge jenever en een kaartspel. Er werd zoveel gedronken dat menige voerman op de thuisrit in slaap viel en vertrouwde op het oriëntatie- vermogen van zijn lastdier. Er werd vooral gerst gemalen, dit diende vooral als varkensvoer. Ook haver en rogge werd gemalen. Van rogge bakte men grote zwartbroden. Rogge was het hoofdvoedsel in deze streek.
Rond 1900 bestond de molen uit een breukstenen woonhuis en stallen en schuren in vakwerkbouw. Zoals zoveel huizen in deze streek waren de daken in die tijd met stro gedekt. De bij de molen behorende bijgebouwen werden in 1945 door de Amerikaanse troepen opgeblazen. Na de oorlog werd de molen weer opgebouwd en tot 1954 werd de molen weer voor haar oorspronkelijke functie in gebruik genomen. Toen trad het zogenaamde "Mühlensterben" in en werden vele molens, zoals ook deze en de molen aan de Perlenau, omgevormd tot horeca- gelegenheden. Hierbij kwam de afgelegen ligging goed van pas.
Tegenwoordig zijn nog twee molenstenen en de molengang behouden.